Financiering

Bij het aanvragen van een financiering voor het kopen van een horecabedrijf en/of horecapand zijn met name de volgende zaken van belang:

1. Liquiditeit
2. Solvabiliteit
3. De ondernemer
 
1. Liquiditeit
Bij de liquiditeit gaat het erom of de onderneming voldoende geld beschikbaar heeft om aan de direct opeisbare betalingsverplichtingen te voldoen. Zoals het betalen van de lonen, de maandelijkse huur, de betalingsverplichting aan de belastingdienst etc. Voor de bank is het uiteraard van belang dat aan de betalingsverplichtingen voldaan kan worden ten aanzien rente en aflossing bij een (hypothecaire) lening van de bank. Kortom; met liquiditeit wordt bedoeld een beoordeling op de kasstroom, de zogenaamde cashflow.
 
Uitganspunt voor een bank is dat een ondernemer uit de exploitatie een volwaardig inkomen kan generen. Dit is een subjectief begrip, maar mocht iemand zijn vast dienstverband vrijwillig opzeggen, dan moet het nieuwe inkomen op het oude niveau liggen en in feite iets hoger. Immers de ondernemer loopt als zelfstandig ondernemer meer risico en dit moet zich dan ook vertalen in een hogere arbeidsbeloning. Van belang is dat de bank geen hobby financiert; een hobby kost namelijk meestal geld. Uiteraard moet bij de exploitatiebegroting uitgegaan worden van een reeel kostenniveau.
 
Doorgaans gaan banken bij investeringen in onroerend goed uit van een rekenrente van circa 5%. De huidige rente vormt daarbij geen reeel uitgangspunt voor een lange termijnfinanciering. Van belang is dat naast de rentelasten, uit de afschrijvingen, de financiering bij de bank moet worden afgelost. Tenslotte dient er voldoende ruimte te zijn voor het plegen van vervangingsinvesteringen. Kortom; er moet door een koper van een horecabedrijf een deugdelijke en reele exploitatie gemaakt worden, waar alle verplichtingen mee kunnen worden voldaan en die ook de nodige ruimte biedt voor eventuele tegenvallers.
 
Uit ervaring blijkt dat banken met name naar de daadwerkelijke gerealiseerde winst- en verliescijfers kijken. Als het beter kan, waarom wordt dat dan niet gerealiseerd door de huidige ondernemer ? Kortom, hogere prognoses moeten goed onderbouwd worden ! Overigens houden banken geen rekening met opbrengsten die niet opgenomen zijn in de jaarrekening.
 
2. Solvabiliteit
De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen op de balans wordt de solvabilieit genoemd. Daarbij is de vraag aan de orde of de onderneming voldoende eigen vermogen heeft om in geval van faillissement alle verschaffers van vreemd vermogen hun geld terug te betalen.
 
Banken beoordelen de inversteringen in deze sector als zeer risicovol. Bij de financiering van een horecabedrijf vraagt de bank in verband met de solvabiliteit vaak een minimale inbreng aan eigen vermogen van circa 30% tot 40% bij onroerend goed en 40% tot 60% bij inventaris en/of goodwill bij huur van een horecapand. Banken zijn over het algemeen bereid om circa 60% van de onderhandse verkoopwaarde  ofwel 80% van de executiewaarde van een horecapand te financieren.
 
Globaal kan gezegd worden dat hoe taakstellender de omzet is c.q. hoe meer de omzet gebaseerd is op prognoses, hoe hoger de eigen inbreng moet zijn om de kwetsbaarheid te verminderen. 100% financiering zal in de horecabranche dan ook nagenoeg niet voorkomen.
 
Kortom een ondernemer dient hoe dan ook eigen vermogen in te brengen ! Dit kan zijn: contant eigen geld verkregen door te sparen c.q. te beleggen of door de verkoop van de eigen woning. Ook een lening van ouders, familieleden of vrienden kan worden gezien als eigen vermogen, maar dan moet deze wel achtergesteld worden ten opzichte van de bank. Dit betekent dat degene die het geld leent, bij een eventueel faillissement zijn vordering op de ondernemer pas na de bank kan opeisen (het is immers achtergesteld). Subsidie is ook een vorm van vermogen, maar deze dient ook daadwerkelijk ontvangen te zijn c.q. het moet duidelijk zijn dat dit ook schriftelijk toegekend wordt. Een mondelinge toezegging is uiteraard niet voldoende !
 
Een mogelijk bij de aankoop van een horecabedrijf is om de verkoper te vragen een stuk vermogen bij de overname achtergesteld in het bedrijf te laten zitten. Uiteraard wenst een verkoper hier niet graag aan mee, maar als een bepaalde opbrengst anders niet haalbaar is, dan zou hij kunnen overwegen om een bepaald bedrag in het bedrijf te laten zitten (waar uiteraard ook rente en aflossing voor betaald dient te worden)
 
Tenslotte dient opgemerkt te worden dat alles aan de bank "verpand" moet worden. Dit betekent dat de bank bij faillissement uit verkoop van onroerend goed en/of de bedrijfsinventaris en dergelijke het eerst recht heeft op de te verwachten ontvangsten.
 
3. De ondernemer
Van doorslaggevend belang voor het verkrijgen van een financiering is de ondernemer zelf ! Een ondernemer kan voldoen aan alle criteria die de bank stelt, maar als er geen vertrouwen in de ondernemer is, dan zal een bank niet tot financiering overgaan !
 
De bank let daarbij onder andere op:
 
1. De achtergrond van de aanvrager. Hoe ziet zijn curriculum vitea eruit ? Wat heeft hij voor opleidingen gedaan ? Wat is zijn werkervaring ? Heeft de ondernemer ervaring in de horecabranche ? Heeft de ondernemer ervaring in het ondernemen in zijn algemeenheid ( c.q. in een andere branche ?) Wat is de reden van de aanvraag c.q. wat is zijn motivatie ? Hoe lang en hoe goed heeft de nieuwe ondernemer zich voorbereid ?
2. Zijn uitgangssituatie. Wordt een vast dienst verband opgezegd voor een nieuw avontuur ? Bezit de aanvrager een eigen woning met overwaarde ? Wat is de gezinssituatie ? Heeft de partner een inkomen ? Zijn er kinderen ten laste van de huishouding ?
3. Het ondernemersplan. Hoe secuur heeft hij zijn ondernemersplan onderbouwd en heeft de aanvrager dit door derden vanuit verschillende invalshoeken laten toetsen ? Heeft een accountant de financiele begroting grondig getoetst ? Van belang is dat de eventuele extra te behalen omzet (prognose) goed onderbouwd moet worden. Hoe meer de prognose afwijkt van de bestaande omzet, hoe beter deze prognose onderbouwd moet zijn !
4. De motivatie van de aanvrager. Hoe gemotiveerd is de ondernemer ? Dit is erg subjectief maar uiteraard erg belangrijk. Dit zal in een persoonlijk gesprek met de bank dan ook duidelijk moeten blijken. Wat voor uitwijkmogelijkheden heeft de nieuwe ondernemer wanneer de benodigde prognose niet wordt gehaald ?
 
Wilt u meer weten over het financieren van een horecabedrijf, of bent u op zoek naar mensen die u daarbij kunnen begeleiden, neem dan eens geheel vrijblijvend contact met ons op. Uiteraard beschikken wij over voldoende contactpersonen die u kunnen bijstaan bij het aanvragen van een financiering. Ook kunt contact opnemen met ons voor het maken van een geheel vrijblijvende afspraak op telefoonnummer 0493-441200.
 
Een andere mogelijkheid bij de aankoop van een horecabedrijf is om de verkoper te vragen een stuk vermogen bij de overname achtergesteld in het bedrijf te laten zitten. Uiteraard werkt een verkoper hier niet graag aan mee, maar als een bepaalde opbrengst anders niet haalbaar is, dan zou hij kunnen overwegen om een bepaald bedrag in het bedrijf te laten zitten (waar uiteraard ook rente en aflossing voor betaald dient te worden met eventuele verpanding van bedrijfsinventaris etc.)